“Mama, ik durf niet.” Vier woorden waar je als ouder soms even helemaal niets mee kunt. Want je weet: als je nu pusht, wordt het erger. Als je toegeeft, blijft de angst bestaan. En als je het te makkelijk afdoet met “Joh, niet zo flauw”, voelt je kind zich niet serieus genomen.
Hoogtevrees bij kinderen is iets waar veel ouders vroeg of laat mee te maken krijgen. Waar het ene kind zonder nadenken in een klimrek hangt, vindt het andere kind zelfs een trap of speeltoestel al spannend. Dat kan soms lastig zijn om te begrijpen, zeker als je kind graag mee wil doen maar wordt tegengehouden door angst.
Gelukkig zijn er manieren om kinderen stap voor stap meer vertrouwen te geven. In dit blog lees je wat hoogtevrees precies is, hoe je de signalen herkent en wat je kunt doen om je kind te helpen. Ook deel ik een praktisch stappenplan dat je thuis, op de speeltuin of tijdens een dagje uit kunt gebruiken.
Spring gerust naar het onderdeel dat voor jullie situatie het meest relevant is.
In het kort: van bang naar dapper in 5 fases
| Fase | Wat doet je kind? | Wat doe jij? |
|---|---|---|
| 1. Veilige basis | Voelt zich ongemakkelijk bij hoogte | Erken de angst, niet wegwuiven |
| 2. Kleine stapjes | Durft op kleine hoogte (trap, lage muur) | Klein succes vieren, geen druk |
| 3. Begeleid uitproberen | Probeert iets nieuws met jou erbij | Fysiek nabij blijven, niet overnemen |
| 4. Zelfstandig oefenen | Doet het zélf, soms nog onzeker | Op de achtergrond, vertrouwen geven |
| 5. Eigen uitdaging | Zoekt zelf de volgende stap | Loslaten, faciliteren |
Belangrijk: dit zijn geen leeftijden, maar fases. Een kind van 5 kan in fase 4 zitten, een tiener kan nog in fase 1 hangen. Allebei is oké.
Waarom hoogtevrees bij kinderen heel normaal is
Eerst even iets geruststellends: hoogtevrees bij kinderen is in de meeste gevallen volledig normaal. Sterker nog, het is een gezond beschermingsmechanisme. De hersenen van een kind zijn nog volop in ontwikkeling, en het inschatten van risico’s en afstand is iets wat letterlijk moet groeien.
| Wat is normaal? | Wanneer is het meer? |
|---|---|
| ✅ Aarzelen bij iets nieuws op hoogte | ⚠️ Angst die het dagelijks leven beperkt (niet meer durven traplopen) |
| ✅ Liever niet op een wankel toestel | ⚠️ Paniekreacties zonder zichtbare aanleiding |
| ✅ Bij vermoeidheid extra voorzichtig | ⚠️ Lichamelijke klachten als braken of hyperventilatie |
| ✅ Per dag verschillend durven | ⚠️ Maandenlang geen voortgang ondanks geduldig oefenen |
Als je het idee hebt dat je in de rechterkolom zit, is het verstandig om met de huisarts of een kinderpsycholoog te sparren. Voor het overgrote deel van de gevallen geldt: gewoon de tijd nemen werkt.
Wat helpt wel, en wat juist niet
In de loop der jaren heb ik gemerkt dat de manier waarop je je kind benadert minstens zo belangrijk is als wát je doet. Dit zijn de patronen die ik bij ons (en bij vriendinnen) heb zien werken.
| ✅ Wel doen | ❌ Niet doen |
|---|---|
| Erkennen wat je kind voelt (“ik snap dat je het spannend vindt”) | Bagatelliseren (“stelt niks voor, kom op”) |
| Eigen tempo respecteren | Vergelijken met andere kinderen |
| Kleine successen benoemen | Alleen het eindresultaat belonen |
| Zelf het goede voorbeeld geven, ook bij eigen aarzeling | Quasi-stoer doen terwijl je zelf doodsbang bent |
| Tussendoor terugvallen toestaan | “Maar gisteren deed je het ook!” |
| Vooraf uitleggen wat er gaat gebeuren | Verrassen of “even snel” iets proberen |
| Vragen wat ze nodig hebben om verder te durven | Beslissen wat het volgende stapje wordt |
Die laatste vind ik persoonlijk het belangrijkste: vraag je kind wat het nodig heeft. Ik dacht jarenlang dat onze oudste mijn hand wilde vasthouden. Tot ik het hem vroeg, en hij zei dat hij liever had dat ik vanaf de grond meekeek. “Dan hoef ik me niet te schamen als ik moet huilen.”
Een stappenplan dat je thuis kunt toepassen
Goed, naar de praktijk. Hieronder een stappenplan dat je kunt aanpassen aan de leeftijd en het tempo van je kind. Hou er rekening mee dat een “stap” soms één middag duurt, en soms een half jaar. Dat is allebei prima.
Stap 1: Praat over angst zonder oordeel
Begin niet bij de hoogte, maar bij het gevoel. Wat voelt je kind in zijn lichaam als het ergens niet durft? Een kriebelende buik? Wiebelige benen? Een snel kloppend hart? Door dit te benoemen, krijgt je kind grip op iets wat anders heel ongrijpbaar is. Dit is iets wat ook in de praktijk van veel pedagogen wordt aanbevolen, terug te vinden in toegankelijke bronnen als de informatie van het NJi (Nederlands Jeugdinstituut) over angst bij kinderen.
Stap 2: Oefen op “veilige” hoogtes
Begin met dingen die niet eens als oefening voelen. Op een laag muurtje balanceren, op de bovenste tree van de trap blijven staan en omkijken, een keukentrap op klimmen om een lampje te vervangen. Dit zijn allemaal mini-momenten waarin je kind ervaart: “ik sta hoger en er gebeurt niets.”
Stap 3: Kies de juiste eerste echte uitdaging
Hier komt het aan op de match: niet te makkelijk (saai), niet te moeilijk (averechts effect). Een paar criteria die ik zelf gebruik:
✅ Er is volwassen toezicht
✅ De omgeving is gecontroleerd (geen losliggende stenen, geen verkeer)
✅ Je kind is fysiek geborgd (klimgordel, harnas, bevestigingspunt)
✅ Je kind kan zelf bepalen wanneer het stopt
✅ Er staat geen tijdsdruk op
Een omgeving die hier vaak goed bij past, is een gespecialiseerd klimpark waar veiligheid bovenaan staat en waar verschillende moeilijkheidsgradaties beschikbaar zijn. Wij gingen ooit voor de eerste keer naar adventure city in Rotterdam, omdat ze daar zowel een puppy-parcours hebben voor de allerkleinsten als parcoursen tot 20 meter hoog voor de echte durfals. Voor onze oudste was het ideaal: hij kon op zijn eigen tempo opbouwen, met begeleiders die geduldig uitleggen hoe de veiligheidssystemen werken. We hebben twee bezoeken nodig gehad voor hij überhaupt 3 meter de lucht in durfde, en niemand keek daar raar van op. Inmiddels probeert hij dingen die ik zelf niet eens zou aandurven.
Stap 4: Vier wat er wél lukte
Onthoud: het is geen prestatie of je kind nou 2 meter of 20 meter hoog kwam. Het is wel een prestatie dat je kind iets probeert wat eng was. Maak daar een ding van. Een ijsje na afloop, een foto voor in het fotoboek, of gewoon even hardop benoemen: “Dat was best dapper, hè?”
Stap 5: Laat ze hun eigen volgende stap kiezen
Op een gegeven moment hoef je het niet meer aan te jagen. Dan komt je kind zelf met “kunnen we daar nog een keer naartoe?” of “ik wil dit keer dat moeilijke parcours proberen.” Dat moment, hoe klein ook, is goud waard.
Veelgemaakte fouten (deze maken veel ouders)
❌ Te enthousiast aanmoedigen.
“Joh, je kan het! Echt! Doe het nou!” Klinkt steunend, maar voor een bang kind voelt het als druk. Een rustig “neem je tijd, ik ben hier” werkt beter.
❌ Stiekem hopen dat dit jouw kind zal genezen.
De verleiding is groot om één groot avontuur te zien als de oplossing. In de praktijk werkt opbouwen in kleine stapjes veel beter dan één grote sprong.
❌ Bagatelliseren van een terugval.
Je kind durfde vorige maand wél, en nu opeens niet meer. Heel normaal. Vermoeidheid, een verkoudheid, gedoe op school, alles kan invloed hebben. Gewoon meebewegen.
❌ Je eigen angst projecteren.
Als jij zelf hoogtevrees hebt, is dat geen ramp, maar wees je er wel bewust van. Kinderen pikken non-verbale signalen feilloos op.
❌ Verwachten dat het lineair gaat.
Twee stappen vooruit, een stap terug. Daarna soms een hele tijd niets. En dan ineens een sprong. Geen enkel kind ontwikkelt zich in een rechte lijn.
Wanneer je extra ondersteuning kunt zoeken
Voor verreweg de meeste kinderen is hoogtevrees iets wat met geduld, oefening en tijd vanzelf vermindert. Maar er zijn situaties waarin het verstandig is om wat hulp in te schakelen:
- Als de angst andere domeinen begint te beïnvloeden (school, vrienden, sport)
- Als je kind er duidelijk onder lijdt of er nachtmerries van krijgt
- Als er na een trauma (een val, een schrikmoment) plotseling sprake is van veel sterkere angst
- Als je zelf het idee hebt dat je vastloopt in hoe ermee om te gaan
Een huisarts kan je verwijzen naar een kinderpsycholoog. Ook organisaties zoals Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) zijn laagdrempelig en gratis. Vraag gerust om mee te denken, daar zijn ze voor.
De belangrijkste les
Geef je kind de ruimte, angsten zijn niet gek en hebben wijzelf ook. Zeg tegen een kind dat hij zicht niet hoeft te schamen.” Verder niets ingewikkelds. Geen techniek, geen truc. Gewoon dat een kind weet dat ‘ie mag zijn wie hij of zij is.
Misschien is dat wel de allerbelangrijkste les. Angst overwinnen begint niet bij de hoogte, maar bij het gevoel dat je veilig bent. Letterlijk en figuurlijk.
Heb jij ook een kind dat met hoogtevrees worstelt? Of juist een die de durfal in huis is? Ik hoor het graag in de reacties.


