Voordat ik kinderen had, dacht ik bij ouderstress vooral aan gebroken nachten en drukke agenda’s. Inmiddels weet ik dat het vaak juist in heel andere dingen zit. Dingen waar je vooraf helemaal niet over nadenkt.
Het raakt je meer dan je denkt
Wat me misschien nog wel het meest verbaast aan ouderschap, is hoeveel je meevoelt met je kind. Als je kind verdrietig thuiskomt, dan voel je dat zelf ook. Als er gedoe is in een vriendengroepje, blijft dat als ouder ook in je hoofd zitten.
En als schoolvoetbal eraan komt, hoop je vooral dat je kind plezier heeft en zich erbij voelt horen. Vooral omdat ‘ie nooit eerder mee had gedaan. Zomaar wat voorbeelden, want uiteindelijk wil je als ouder gewoon één ding: dat je kind gelukkig is.
Ik hoorde eens de uitspraak “je bent zo gelukkig als je meest ongelukkige kind” en dat klopt helemaal.
Vriendschappen tussen kinderen
Het ene moment zijn ze beste vrienden en het volgende moment is er ruzie om iets waarvan wij volwassenen amper begrijpen hoe het zo groot kon worden. En als ouder weet je dat het morgen weer heel anders kan zijn, maar je kan er wel mee bezig zijn en jezelf vragen stellen als “moet ik ingrijpen?” of “wanneer laat ik het los?”. Daar is volgens mij geen perfecte handleiding voor.
Erbij willen horen
Wat ik zelf lastig vind aan deze fase, is dat er ineens veel meer sociale druk lijkt te ontstaan en dat merk ik al op de basisschool. Veel meer dan destijds bij onze oudste. Er ontstaan groepjes, die veranderen vervolgens ook weer snel en kinderen kunnen behoorlijk hard zijn, ook op jonge leeftijd.
Als ouder wil je je kind beschermen tegen teleurstelling, maar tegelijk weet je dat je niet alles kunt oplossen. Dat vind ik soms best moeilijk.
Ouderstress gaat niet altijd over drukte
Vaak denken we bij stress aan volle agenda’s en te weinig tijd. Maar ouderstress zit soms juist in het mentale stuk. In het piekeren. In het hopen dat je kind lekker in zijn vel zit. Dat je zelf wakker ligt van iets waar je kind de volgende ochtend alweer overheen blijkt te zijn. Of juist andersom.
Misschien doen we het al beter dan we denken
Wat ik probeer te onthouden, is dat kinderen ook leren van deze teleurstellingen en zelf dingen op te lossen. En ze hoeven niet perse moeiteloos mee te draaien in de klas. Ze hebben vooral een veilige basis nodig, een plek waar ze hun verhaal kwijt kunnen als iets tegenzit en die bieden we iedere dag weer.
“Kleine kinderen, kleine zorgen. Grote kinderen, grote zorgen.” Het is niet voor niets een cliché 😉

